Het gymnasium
Het gymnasium in het kort
Op het gymnasium krijgen leerlingen les in de klassieke talen: Grieks en Latijn. Hoewel de klassieke talen en culturen ver af lijken te staan van onze moderne wereld, hebben ze daar juist sterke banden mee. Wie Grieks en Latijn leert, leert onze wereld beter te begrijpen. Bovendien levert het onderwijs in klassieke talen de gymnasiasten voordelen op waar ze een leven lang plezier van hebben. Met moderne media, excursies en projecten gaan ‘traditioneel’ en ‘modern’ op ons gymnasium hand in hand!Gymnasiumfolder
Download hier onze gymnasiumfolder voor aanstaande brugklassers.Wat is het gymnasium?
Op het Ludger kunnen vwo-leerlingen zowel een officieel gymnasium- als een atheneumdiploma behalen. Op het gymnasium bestuderen we, naast de vakken van het atheneum, ook Grieks, Latijn en de klassieke culturen. Het gymnasium is een moderne, brede opleiding met een lange traditie, zowel landelijk als op het Ludger. De grote voordelen die een gymnasiumopleiding de leerlingen oplevert, hebben zich al generaties lang bewezen. Om er een aantal te noemen: een groeiend analytisch vermogen, een grotere woordenschat, goed tekst- en taalinzicht, een beter functionerend geheugen, brede interesse en vaardigheid in kritisch denken.Voordelen van het gymnasium
De klassieke talen en culturen mogen dan een overblijfsel uit lang vervlogen tijden lijken, maar in feite hebben ze sterke banden met de wereld van nu. De Grieken en Romeinen hebben de basis gelegd voor onze huidige West-Europese cultuur. Zo waren de filosofische ideeën van de Grieken het startpunt van ons huidige denken over bijvoorbeeld politiek, recht, ethiek en schoonheid. Hun mythologische verhalen komen nog altijd terug in moderne films en literatuur. Ook aan de Romeinen hebben we veel te danken: van waterleidingen en vloerverwarming tot ons rechtssysteem. Gymnasiumleerlingen leren dan ook de wereld van nu veel beter te begrijpen, doordat ze op een intensieve manier, via de taal, kennis maken met de oorsprong daarvan.Maar dat is niet alles. Het taalonderwijs in Grieks en Latijn traint leerlingen in analytisch denken, probleemoplossend vermogen, en het vermogen om te memoriseren. Dat maakt de klassieke talen ook zeer geschikt voor bètaleerlingen. Bovendien zijn gymnasiumleerlingen vaak vaardiger in het begrijpen van teksten, schrijven en spreken dan andere leerlingen. Hun woordenschat groeit enorm, en het aanleren van andere moderne talen gaat gymnasiasten dankzij de grote overeenkomsten met Grieks en Latijn vaak een stuk gemakkelijker af dan niet-gymnasiasten. Van deze voordelen hebben gymnasiumleerlingen vaak hun hele studie- en werkcarrière lang profijt.
Op het gymnasium zitten de meest getalenteerde en nieuwsgierige leerlingen bij elkaar. Voor hen telt niet alleen het directe nut van een vak, maar ook de vormende waarde daarvan en hun eigen interesse daarin. Gymnasiumleerlingen gaan graag voor het naadje van de kous, en het onderste uit de kan!
Het programma in de onderbouw
In de brugklas krijgen gymnasiumleerlingen het hele jaar het vak KV: Klassieke Vorming. Hierin leren ze over de cultuur en mythen van de Grieken en Romeinen. Ook wordt er al een basis gelegd voor het leren van de talen. Voor atheneumleerlingen die kunnen en willen, is er na Kerst nog altijd de mogelijkheid om (met een beetje bijwerken) in het gymnasium in te stappen. Zelfs bij de overgang van de eerste naar de tweede klas kan dat nog, met behulp van een inhaalprogramma.In de tweede en derde klas zijn er de aparte vakken Grieks en Latijn. Taal en cultuur worden per vak behandeld. En dat gebeurt niet alleen met boeken: ook films, presentaties, online-oefeningen en andere digitale opdrachten zijn belangrijk. Ieder jaar zijn er gymnasiumexcursies, waarbij de leerlingen met eigen ogen kunnen zien wat er nu nog steeds van de klassieke culturen te bewonderen en te leren is. Dat leren over de cultuur doen leerlingen ook door hun eigen cultuurboek over de Grieken en Romeinen samen te stellen en door projecten uit te voeren (zoals een archeologieproject in de derde klas).
Het programma in de bovenbouw
In bovenbouw kiezen alle vwo-leerlingen een profiel. Gymnasiumleerlingen nemen daarin ook een klassieke taal op, en soms beide talen. Bij de vakken Grieks en Latijn wordt in de bovenbouw de belangrijkste grammatica afgerond. Vanaf de vijfde of soms al de vierde klas komen dan de authentieke Griekse en Latijnse teksten in beeld: de leerlingen hebben intussen voldoende kennis in huis om die zelfstandig te vertalen.De cultuur komt aan bod in het vak KCV: Klassieke Culturele Vorming. Hoogtepunt voor veel gymnasiasten is de reis naar Griekenland of Italië in de vijfde klas. In een goed doordacht programma, dat uitgevoerd wordt door enthousiaste docenten én door henzelf, maken ze ter plekke kennis met de filosofische, archeologische, artistieke en literaire hoogtepunten van de klassieken.
Wie in de zesde klas met succes eindexamen doet in een van beide talen, of in allebei, heeft een gymnasiumdiploma in handen.
Atheneum of gymnasium?
Een leerling die kansen heeft op het vwo, kan kiezen voor een atheneum- of een gymnasiumbrugklas. Die keuze is niet altijd eenvoudig, omdat er vaak vragen zijn over de moeilijkheidsgraad of het nut van het gymnasium. Onze gymnasiumfolder link naar gymnasiumfolder kan deze vragen beantwoorden.Het is een misverstand om te denken dat het gymnasium veel moeilijker is dan het atheneum, of tot veel vollere lesweken leidt. De talen Grieks en Latijn beginnen, net als andere vakken, bij het begin en de kennis van leerlingen wordt stap voor stap opgebouwd.
Om te voorkomen dat de lesweek van een gymnasiumleerling te vol wordt, krijgen gymnasiasten ieder jaar in een of twee vakken wat minder les dan atheneumleerlingen. De ervaring leert dat gymnasiasten prima in staat zijn om dezelfde stof in minder lestijd te behandelen. De lessentabellen kunnen helpen bij de vergelijking.
Atheneumleerlingen die kunnen en willen, kunnen halverwege of zelfs aan het einde van de brugklas toch nog instappen in het gymnasium. Ze moeten dan wel een deel van de gemiste stof inhalen.

