Ludger College › Voor ouders › Zorg voor uw kind › Sociaal-emotionele zorg

Sociaal-emotionele zorg


Op het Ludger College vinden wij een goede begeleiding van onze leerlingen heel belangrijk. Hieronder geven wij een overzicht van de voorzieningen die onze school op het gebied van sociaal-emoionele zorg biedt.
Mentor

Voor wie: alle leerlingen

Elke klas heeft een eigen mentor. Leerlingen die overstappen van de basisschool naar het voortgezet onderwijs krijgen te maken met allerlei nieuwe zaken: zij krijgen les in meer vakken van verschillende docenten en in verschillende lokalen. In het begin is dat even wennen voor de leerlingen en dan is het belangrijk dat zij met hun vragen bij iemand terecht kunnen. De mentor is in deze situatie de meest aangewezen persoon.
In alle leerjaren is de mentor het eerste aanspreekpunt en de vertrouwenspersoon voor de leerling en de ouders.
Verder geeft de mentor studielessen/mentor-Z-uur en begeleidt hij/zij de klas als leefgemeenschap.


Zorg Advies Team (ZAT)

Voor wie: leerlingen met een zwaardere sociaal-emotionele problematiek

Alle scholen voor voortgezet onderwijs in Doetinchem hebben sinds enkele jaren consultatieteams, ook wel zorgadviesteams geheten. Het zorgadviesteam ondersteunt de school bij het oplossen van complexe problemen bij leerlingen, waarvoor de school geen kant en klare oplossingen heeft. Het betreft dan psychosociale en/of psychiatrische problemen.
Het zorgadviesteam bestaat uit interne en externe deskundigen. Het team komt zes keer per jaar bijeen.
Vanuit de school zitten de zorgcoördinator, de mentor en eventueel de afdelingsleider in het team. De externe deskundigen zijn de jeugdarts, een vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg,de orthopedagoog en de leerplichtambtenaar. Op verzoek kan het team uitgebreid worden met andere deskundigen.

Contactpersonen: mevrouw Y. van Bemmel (onderbouw) en de heer R. Hissink (bovenbouw)


Zorgteam

Het zorgteam komt wekelijks bijeen om leerlingen te bespreken die door mentoren en/of afdelingsleiders zijn aangemeld. Vervolgens wordt bekeken welk hulptraject moet worden gestart om deze leerlingen zo goed mogelijk te helpen. Dit zorgteam bestaat uit zorgcoördinator mevrouw Y. van Bemmel en verder de heer R. Hissink, ambulant begeleider mevrouw J. Hendriksen, pedagogisch medewerker mevrouw C. van Vliet en orthopedagoog mevrouw J. Vels of mevrouw L. Wullink.

Contactpersonen: mevrouw Y. van Bemmel (onderbouw) en de heer R. Hissink (bovenbouw)


Orthopedagoog

Voor wie: leerlingen met specifieke hulpvragen

De orthopedagoog geeft leerlingen met specifieke hulpvragen op het gebied van welbevinden, gedrag, werkhouding en leren een tijdelijke professionele ondersteuning. Dit gebeurt zoveel mogelijk op het Ludger College zelf. De orthopedagoog onderzoekt, adviseert mentoren, leerlingbegeleiders en afdelingsleiders, onderhoudt contact met externe deskundigen en geeft begeleiding c.q. (kortdurende) behandeling.
Daarnaast heeft de orthopedagoog op het Ludger College een adviserende rol met betrekking tot de toelating van leerlingen met specifieke behoeften en de verdere ontwikkeling van het zorgbeleid.

Bij ons zijn werkzaam: orthopedagoog-generalist: mevrouw J. Vels, orthopedagoog: mevrouw L. Wullink en pedagogisch medewerker: mevrouw C. van Vliet.

Contactpersonen: mevrouw L. Wullink en mevrouw Y. van Bemmel


Jeugdarts en assistente Jeugdgezondheidszorg

Voor wie: alle leerlingen en in het bijzonder de leerlingen van leerjaar 2

Alle leerlingen uit leerjaar 2 worden uitgenodigd voor een onderzoek door de assistente jeugdgezondheidszorg. Aan de hand van vragenlijsten aan de ouders en de jongeren zelf, eventuele vragen vanuit school, het onderzoek en het gezondheidsdossier vanuit de basisschool overlegt de assistente of de leerling ook nog wordt uitgenodigd door de jeugdarts.
Ook de school en de ouders kunnen leerlingen aanmelden voor een onderzoek of gesprek bij de jeugdarts. Relevante gegevens worden besproken met de afdelingsleiders na toestemming van leerling en ouders.
Leerlingen uit alle leerjaren kunnen bij de jeugdarts terecht met vragen op het gebied van groei en lichamelijke of psychische gezondheid. Ze mogen komen als op de monitor staat dat de schoolarts op school is of ze kunnen om een afspraak vragen via de mail. De jeugdarts kan ook leerlingen uit alle klassen voor controle oproepen. De jeugdarts is tevens betrokken bij het zorgadviesteam.

Contactpersoon en jeugdarts is
mevrouw E. van den Ingh-Bijlsma
tel. 088-4433801
e-mailadres: n.vandeningh@ggdgelre-ijssel.nl

De assistent jeugdgezondheidszorg is
mevrouw E. Nuyten-Waayer
tel. 088-4433801
e-mailadres: b.nuyten@ggdgelre-ijssel.nl


Vertrouwenspersonen

Voor wie: leerlingen met klachten over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld en geestelijk geweld, zoals grove pesterijen

In ons land zijn enkele onderwijsinspecteurs belast met de opdracht op te treden als vertrouwensinspecteur, en wel voor klachten over seksueel misbruik, seksuele intimidatie, fysiek geweld en geestelijk geweld, zoals grove pesterijen.
Dat geldt ook voor signalen over discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering, e.d. Het landelijke telefoonnummer voor de vertrouwensinspecteurs is: 0900-1113111.  
Er zijn op onze school enkele vertrouwenspersonen aangesteld, die in eerste instantie de klachten behandelen. De vertrouwenspersoon probeert eerst te bemiddelen. Lukt het niet een oplossing te vinden, dan informeert de vertrouwenspersoon na overleg met de rector de vertrouwensinspecteur.
Vertrouwenspersonen handelen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.

Vertrouwenspersonen van het Ludger College: mevrouw J. van Gennip en de heer J. Jacobs


Beter Omgaan met Faalangst (BOF) leerjaar 1

Voor wie: faalangstige leerlingen uit leerjaar 1

Ongeveer tien procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft last van faalangst. Dit houdt in dat ze door hun angst om te falen zo zenuwachtig of gespannen zijn dat ze slechter presteren op school dan ze eigenlijk zouden kunnen.
Het doel van bovengenoemde training is om de leerlingen hulp te bieden bij het leren omgaan met faalangst.
Mentoren kunnen leerlingen bij wie ze faalangst vermoeden, aanmelden voor de faalangsttraining. In leerjaar 1 wordt dit gedaan naar aanleiding van de GSV (Geldergroep Schoolbelevingsvragenlijst). Ouders worden samen met hun kind uitgenodigd voor een informatieavond. Zij beslissen of hun kind wel of niet deelneemt aan de training.  
De training zelf bestaat uit een achttal bijeenkomsten in de tweede helft van het schooljaar. Deze training wordt gegeven door: de heer R. Janssen en mevrouw B. Bouwmeister.

Contactpersoon: mevrouw B. Bouwmeister


Beter Omgaan met Faalangst (BOF) leerjaar 3

Voor wie: faalangstige leerlingen uit leerjaar 3

De GSV-test in leerjaar 3 geeft de mentor vaak voldoende aanleiding om leerlingen te adviseren deel te nemen aan de cursus faalangstreductie. De inhoud is vergelijkbaar met de cursus in leerjaar 1 maar wordt nu gegeven door de heer I. Faber en mevrouw N. Reuling.

Contactpersoon: de heer I. Faber


Sociale Vaardigheidstraining (SOVA) leerjaar 2

Voor wie: minder sociaalvaardige leerlingen uit leerjaar 2

Voor sommige leerlingen is het niet vanzelfsprekend dat zij gemakkelijk contact maken. Leerlingen die sociaal minder vaardig zijn, kunnen een sociale vaardigheidstraining op onze school volgen.
Tijdens deze training krijgen leerlingen handreikingen aangeboden om gemakkelijker om te gaan met bijvoorbeeld verlegenheid, het innemen van een eigen plek en de weerstand in sociale contacten.
In overleg tussen mentor, leerling, ouders/verzorgers, schoolorthopedagoog en soms externe hulpverlening wordt besloten of een leerling deze training van ongeveer acht bijeenkomsten gaat volgen.
De training in leerjaar 2 wordt gegeven door mevrouw M. Scheers en de heer R. Hissink.

Contactpersoon: de heer R. Hissink


Peer mediation

Voor wie: leerlingen die conflicten hebben met elkaar

In het schooljaar 2008-2009 is op het Ludger College gestart met een project dat in het voortgezet onderwijs bekend staat als peer mediation: leerlingen bemiddelen bij onenigheden tussen leerlingen en kunnen aanspreekpunt zijn voor medeleerlingen bij problemen. Deze groep daarvoor opgeleide leerlingen wordt begeleid en gecoacht door de docenten de heer M. Veltmaat, mevrouw M. Vermaeten en mevrouw K. Crijns.

Contactpersoon: mevrouw K. Crijns


Bijzondere leerlingbegeleiding (BLB)

Voor wie: leerlingen met sociaal-emotionele problemen

Een leerling met sociaal-emotionele problemen kan begeleiding krijgen van een leerlingbegeleider. Deze geeft advies en/of hulp. De leerlingbegeleider kan naast een luisterend oor ook praktische hulp bieden. Hij streeft ernaar binnen maximaal vijf gesprekken het probleem samen met leerling en ouders op te lossen of, wanneer dit niet lukt, samen te zoeken naar een externe oplossing (huisarts, psycholoog, Bureau jeugdzorg, Younieq of bij een huiswerkinstituut).
De mentor of afdelingsleider meldt de leerling schriftelijk aan bij de zorgcoördinator. Leerlingen en ouders kunnen zelf ook contact opnemen. De leerlingbegeleiders zijn: mevrouw H. van den Bosch, de heer R. Hissink, de heer P. Miedema, mevrouw M. Scheers, mevrouw K. Crijns, de heer R. Janssen

Contactpersoon: mevrouw K.Crijns


Leerlingen met een rugzakje

Voor wie: leerlingen met een leerlinggebonden financiering (LGF)

Het rugzakje is een ander woord voor extra financiering voor kinderen met een diagnose. Met dit extra geld voor aanvullende begeleiding of voorzieningen kunnen deze leerlingen toch in het reguliere voortgezet onderwijs functioneren.
De school beoordeelt of de gevraagde extra zorg geboden kan worden en beslist dan of de leerling wordt toegelaten.
De beslissing wordt genomen door de afdelingsleider van klas 1, de heer L. Hurkmans, en orthopedagoog mevrouw J. Vels. Uiteraard wordt elk besluit aan de ouders uitgelegd. Is de rugzakbegeleiding in gang gezet, dan is de zorgcoördinator de contactpersoon.

Contactpersoon: mevrouw Y. van Bemmel


Rugzakbegeleiding

Leerlingen uit de clusters 2, 3 en 4 kunnen wekelijks een uur worden begeleid door een rugzakbegeleider.
Bij cluster 2 gaat het daarbij om leerlingen met communicatieve beperkingen, bij cluster 3 om leerlingen met lichamelijke en verstandelijke beperkingen en bij cluster 4 om leerlingen met psychiatrische stoornissen en gedragsproblemen. 
Deze begeleiding is erop gericht de leerling zo goed mogelijk door schoolse situaties heen te loodsen en een zo groot mogelijke zelfstandigheid op te bouwen. De rugzakbegeleider houdt nauw contact met de mentor, de ambulant begeleider, ouders en eventueel huiswerkbegeleiders. Jaarlijks komen zij twee á drie keer bij elkaar voor overleg.

Contactpersonen: mevrouw Y. van Bemmel (school), mevrouw H. v.d. Meulen (Cluster 2), mevrouw R. Mooibroek (Cluster 3), mevrouw J. Hendriksen (Cluster 4)  


Verwijsindex

De verwijsindex is een databank waarin diverse instanties (school, leerplichtambtenaar, jeugdzorg, maatschappelijk werk, politie, justitie e.d.) een jongere kunnen registreren. Zij doen dit wanneer zij vermoeden dat er sprake is van meervoudige problematiek. Daardoor kunnen hulp- en dienstverleners eenvoudig en in een vroeg stadium contact met elkaar opnemen voor efficiëntere hulp aan jongeren.
Zo kan men informatie met elkaar uitwisselen en afspraken maken over de coördinatie van de zorg aan de jongere. Indien de school besluit een registratie te doen, worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld. Indien twee instanties met elkaar in overleg willen treden, moeten de ouders hiervoor toestemming geven.


Protocol verwijsindex

De mentor of de afdelingsleider brengt de leerling in bij het zorgteam. Het zorgteam geeft advies aan de mentor en de afdelingsleider. Een van die adviezen kan zijn dat de mentor de leerling moet inbrengen in het zorgadviesteam. De mentor vult hiertoe een formulier in dat hij ontvangt van de zorgcoördinator. In het zorgadviesteam wordt bepaald of er een registratie moet worden gedaan bij de verwijsindex. De zorgcoördinator doet vervolgens eventueel de registratie. Wanneer er een match ontstaat, nemen de betrokken instanties contact met elkaar op.